Brussel in het groen

Wandelen en fietsen

Deze webspecial is een ‘work-in-progress’.
We brengen de groene plekjes van Brussel geleidelijk aan in kaart.

De gemeenten in het zuiden van het Hoofdstedelijk Gewest hebben terecht een groene reputatie. Deze wordt nog een stuk straffer nu een deel van het Zoniënwoud erkend is als Unesco-werelderfgoed. De ‘beukenkathedraal’, waar de natuur geheel vrij haar gang kan gaan, illustreert het ecosysteem dat Europa kent sinds de laatste IJstijd. Dit deel van het indrukwekkende woud is het allereerste natuurlijke werelderfgoed voor België.

In sommige centrumgemeenten rond de Brusselse Vijfhoek is groen veeleer schaars, andere gemeenten genieten dan weer wel van uitgestrekte parken waar allerhande organisaties al eens speelse activiteiten op touw zetten. Denk maar aan SuperVliegSuperMouche in het Park van Vorst.

Leefmilieu Brussel staat in voor het beheer van al dat moois en ook voor het waterbeleid. Door de groene en blauwe stippen op de stadskaart met elkaar te verbinden via nieuwe parken en vijvers wint het geheel aan uitstraling. Men legde de Woluwe weer bloot en zorgde voor een wandel- en fietsroute van zestig kilometer rond Brussel: de Groene Wandeling.

Het noorden

UiTinBrussel gaat op verkenning en neemt je graag mee op pad. Daarom volgen na elke beschrijving praktische tips over de bereikbaarheid van de groenzone. Het geheel is zo opgevat dat je in een wip de ene na de andere plek bereikt, in het tempo dat je zelf kiest.

We vertrekken in het noorden omdat je daar uitgesproken knappe voorbeelden ziet van de drie verschillende types natuur die je in elk stadsgewest aantreft: we starten in een levendig park met weelderig groen, maar ook met een muziekkiosk die de stedelijke sfeer benadrukt. Van daaruit trekken we naar natuurgebieden waar de stad nog slechts aan de horizon verschijnt. Dan gaan we de andere kant op om ons in het drukke Schaarbeek te laten verrassen door groene binnenpaadjes en een kunstenhuis met een klaterende fontein…

> Het Elisabethpark

Het statige Elisabethpark strekt zich uit langs beide zijden van de laan die vanuit het centrum leidt naar de Basiliek van Koekelberg.

Door die splitsing lijkt het park op het eerste gezicht discreter dan het is. Met meer dan 1.300 bomen kom je gaandeweg toch onder de indruk. De linkerkant (kijkend in de richting van de basiliek) biedt wandelaars en sfeerzoekers rust.

Het gedeelte rechts is heel levendig. Joggers treffen er een perfect parcours aan en buurtbewoners troepen samen rond Bar Eliza, een nieuw burgerinitiatief en samen met de oude muziekkiosk een gedroomd decor voor het jaarlijkse festival Plazey. Je vindt er ook een speeltuin voor de ketjes.

Een beetje geschiedenis

Rond 1864 beraamde men grootse plannen voor de bouw van een monument dat de vijftigste verjaardag van België in de kijker zou zetten. Toen men het park in 1891 voltooide, bleef van die eerste denkpiste niets over. Het resultaat mag er nochtans best zijn! Men wou ‘hoog’ Koekelberg verbinden met het lagergelegen Brussel en dat is alvast geslaagd.

Van het Nationale Pantheon heeft niemand nadien nog wat gehoord. Na de realisatie van het Jubelpark met zijn Triomfboog was al het geld op. De Landsroemlaan en de Pantheonlaan langs beide zijden van het park verwijzen nog naar het oorspronkelijke idee. Men schonk het terrein aan de Parochie van het Heilig Hart die met een basiliek in art-decostijl ook wel groots uitpakte. Zo ging de droom van Leopold II om op die plek in de stad een herkenningspunt te vestigen toch nog in vervulling.

Fauna en flora

Met 1.300 bomen trek je mooi volk aan. De halsbandparkiet bijvoorbeeld. Zijn oorspronkelijke habitat ligt in West-Afrika, Pakistan en China. In 1974 dook hij voor het eerst op in onze contreien. Toen liet men bij de sluiting van het Melipark een veertigtal vogels vrij. Vandaag zijn ze met enkele duizenden.

Het silhouet van deze vogel is makkelijk herkenbaar dankzij sikkelvormige vleugels en de lange puntige staart. Tijdens de vlucht maakt hij een opvallend, krassend geluid. Zijn verenkleed is appelgroen, versierd met een zwarte kin en een kraagje. Uiterst elegant.

Deze parkiet nestelt zich in holtes van oude bomen. Daarom is hij een concurrent van de bonte specht en de vleermuis. Maar in het Elisabethpark is er plaats genoeg voor iedereen en natuurlijk ook voor de stedeling, want dit is een van onze fraaiste stadsparken.

> De natuurgebieden

In het noorden van Brussel tref je nog ongerepte stukjes natuur aan. Ze hebben een lange, boeiende geschiedenis en daar vloeit een rijke fauna en flora uit voort. Het recente Boudewijnpark verbindt het Laarbeekbos, het Poelbos en het Dielegembos met elkaar.

Een rijke geschiedenis

De ontstaansgeschiedenis van deze bossen gaat terug tot de vroege middeleeuwen. De monniken van de abdij van Dielegem zoeken naar kalksteen voor hun eigen onderkomen en voor grote religieuze gebouwen zoals de Sint-Michielskathedraal. Ze ontginnen steengroeven, maar krijgen gaandeweg meer en meer last van overstromingen door de vele bronnen die het gebied kenmerken. In de vijftiende eeuw besluiten ze de steengroeven te sluiten en bossen aan te leggen.

Het Laarbeekbos valt bij de ontmanteling van de abdij in de achttiende eeuw in handen van speculanten die de oppervlakte ervan stelselmatig verkleinen. In 1908 bouwt architect Charles Castermans een Normandisch kasteelpaviljoen dat vandaag bekendstaat als het gezellige ‘Chalet du Laerbeek’. Ideaal voor een zoete pannenkoek onderweg.

Het Poelbos komt in de negentiende eeuw in handen van Edmond Tircher, een bemiddeld advocaat die er voor zichzelf een kasteel laat bouwen. De gemeente Jette maakt daar later een verblijfscentrum voor kinderen van, maar het onderhoud van het gebouw is een peperdure zaak. Het enige wat er nog van rest is een ijskelder die dienst doet als gerieflijk vleermuizenhotel.

Het Dielegembos heeft de oudste geschiedenis. Het is meteen ook een van de vroegst bewoonde gebieden van het Brussels Gewest. Sporen van nederzettingen wijzen naar de Romeinse periode. In de zevende eeuw bouwen monniken er een eenvoudig klooster. In de twaalfde eeuw mag het al wat luxueuzer omdat de abdij floreert dankzij de steun van de hertog van Lotharingen. Zo beschikt de abdij over een goedgevulde bibliotheek.

Het Boudewijnpark is recent aangelegd om deze drie opmerkelijke bossen te verbinden met nog veel meer groen, zoals de moerasgebieden van Jette en Ganshoren. Je vindt er een goede bewegwijzering en didactische panelen die ter plaatse leuker lezen dan op een website…

Het hele domein is ruim honderd hectaren groot en een enorme trekpleister voor wandelaars, fietsers en sportrecreanten. Kinderen kunnen er zich helemaal uitleven. Maar ook wie rust zoekt, vindt er gezwind zijn plekje.

Fauna en flora

Het verleden als kalksteengroeve, het daaruit ontstane reliëf en de specifieke ondergrond zorgen voor een bijzondere vegetatie. Kenners onderscheiden het eetbare daslook van hondsdraf waaruit je thee kan trekken met een smaak die vage herinneringen oproept aan munt. In de bierbrouwerij was dit draf de voorloper van hop.

Bosanemonen, pinksterbloemen, wilde orchideeën en de gele iris zorgen voor aangename kleuraccenten. Op het laagste punt van het Laarbeekbos tref je, rond een aantrekkelijke bosvijver, een unieke combinatie van hoog- en laagstambomen aan. Bij mooi weer baadt de hele omgeving in feeëriek licht.

Beuken zijn de dominante bomen, al vormen ze dan geen ‘kathedraal’ zoals in het zuidelijke Zoniënwoud. Eiken, elzen, essen, populieren en knotwilgen brengen variatie in het landschap. In de loop der eeuwen ontstonden holtes in hun stammen die vandaag een woning bieden aan groene en bonte spechten, houtduiven en koolmezen. Wie heel stil is, maakt kans om een torenvalk te spotten of komt op de begane grond oog in oog te staan met een roodwangschildpad, een stekelige egel of een dartele vos.

> Groene binnenpaadjes

Eén van onze doe-het-zelf-wandelingen start en eindigt in de Kruidtuin. Het traject voert je eerst naar de Turkse buurt van Schaarbeek, met zijn vele winkeltjes en levendige sfeer. Je komt langs een kunstenhuis met een klaterende fontein en dat is een bijzonder grappig standbeeld. Vervolgens bereik je de onverwachte binnenpaadjes waar het ons om te doen is: het Koningin-Groenpark en de Sint-Franciscustuin.

De Kruidtuin

Vanop de balustrade kijk je uit over een park met een klassieke, geometrische structuur. Het gebouw rechts, dat eruitziet als een serre met een opvallende centrale koepel, is nu een cultureel centrum van de Franse Gemeenschap. Van de oorspronkelijke bestemming als botanische tuin blijft alleen de mengeling van stijlen over (Frans, Italiaans en Engels) en de grote variëteit van bomen en planten. Het laagste gedeelte van het park is minder strak aangelegd. Kronkelige wandelpaadjes hellen zachtjes af naar een vijver en leiden je naar uitnodigende rustplekken.

Het Koningin-Groenpark

In de Paleizenstraat ligt er tussen de huisnummers 42 en 42a een nauwelijks merkbare passage. Via een zigzagparcours beland je in een heel bijzondere groene omgeving. De voormalige kloostertuin is amper een halve hectare groot, maar door een hoogteverschil van 20 meter krijg je een overweldigend ruimtegevoel. Vanaf het terras overschouw je het hele noordwesten van het gewest, van de torens van de Noordwijk tot aan de Heizel en het Koninklijk Domein van Laken.

De Sint-Franciscustuin

In de Poststraat, naast huisnummer 55, merk je een doorgang op met enkele zuilen. Je denkt op de speelplaats van een schooltje terecht te komen, maar je staat bovenaan een blijmoedige, kleurrijke binnenruimte met veel ludieke accenten. Ook hier wordt het natuurlijke hoogteverschil optimaal benut.

Wordt vervolgd...

We sluiten dit 'work-in-progress' voorlopig af met een fraai herfstbeeld!