Schrijvers in Brussel

Op deze pagina vind je mettertijd een groot aantal portretten terug van schrijvers die in Brussel geboren zijn of er tijdelijk verbleven en gewerkt hebben. Bekende schrijvers, onbekende schrijvers, nauwelijks bekende schrijvers. Wie in Brussel schreef of schrijft, die blijft in Brussel, al was het alleen maar op deze pagina!

Willem Elsschot

Willem Elsschot en Brussel

Brussel speelde een belangrijke rol in het leven en werk van de Antwerpse reclameman Alfons De Ridder, beter bekend onder zijn schrijversnaam Willem Elsschot (1882-1960). Hij woonde er vanaf eind 1911 en vluchtte met zijn jonge gezin naar Antwerpen op 19 augustus 1914, daags voordat de Duitse troepen de hoofdstad binnenvielen. Ook na de oorlog was Elsschot nog vaak in Brussel te vinden, voor zijn werk in de reclamewereld of op wekelijkse visite bij zijn dochter Adèle en kleinzoon Jan (alias ‘Tsjip’). Zonder de Eerste Wereldoorlog was Elsschot misschien Brusselaar gebleven! Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Brussel dan weer veiliger dan Antwerpen. “Gij hebt goed gedaan er hier uit te trekken,” schrijft Elsschot in 1940 vanuit de Sinjorenstad naar zijn vrouw Fine, die dan bij hun oudste dochter in Ukkel logeert.

In de straten van Brussel, meer bepaald op de Vlaamse Steenweg en in de oude havenwijk, de huidige Vismet, en in zijn werk voor het dubieuze reclametijdschrift La Revue Générale Illustrée (later herdoopt tot La Revue Continentale Illustrée), vond Elsschot inspiratie voor zijn beroemde tragikomische romans 'Lijmen' en 'Het been', die 80 jaar geleden (1938) gebundeld verschenen. Het tijdschrift was trouwens op meerdere adressen in Brussel gevestigd, waaronder de Koolmijnenkaai in Molenbeek en de Brandhoutkaai aan de Vismet. In Brussel schreef Elsschot ook zijn novelle 'Een ontgoocheling' (1921), gebaseerd op zijn schooljaren op het Koninklijk Atheneum in Antwerpen, en regelde hij de publicatie van zijn debuutroman 'Villa des Roses' (1913). Alfons De Ridder trad in Brussel zelfs voor het eerst op als Willem Elsschot: onder die naam gaf hij op 5 februari 1914 op uitnodiging van de Vereeniging van Letterkundigen een lezing over zijn werk in het gemeentehuis van Sint-Jans-Molenbeek.

Elsschots aanstelling als boekhouder bij de Duitse gelatine- en lijmfabriek Hertz & Wolf in Vilvoorde was de aanleiding voor het gezin De Ridder-Scheurwegen om naar Brussel te verhuizen, na eerdere tussenstops in Parijs (1906-1907) en Rotterdam (1907-1911). Die baan had hij waarschijnlijk te danken aan zijn Brusselse jeugdvriend Leo J. Kryn, die in 1904 de eerste boekhandel in Nederlandstalige literatuur in Brussel had geopend. Het gezin bewoonde achtereenvolgens appartementen in Sint-Gillis (Waterloose Steenweg 41), Oudergem (Waverse Steenweg 929) en Laken. Het appartement in die laatste gemeente bevond zich op de derde verdieping boven café Le Cygne op de Emile Bockstaellaan 237. De cafébazin, Jeanne-Marie Claessens, zou later model staan voor Dikke Jeanne van het café in Elsschots dubbelroman ‘Lijmen/Het been’.

In augustus 1914 vluchtte het gezin voor de Duitse troepen naar Elsschots ouderlijke huis in Antwerpen, waar het gezinshoofd koos voor de veiligheid van een secretarisbaantje bij het Provinciaal Oogstbureel. Zijn vertrek uit Brussel ten spijt bleef Elsschot de banden met onze hoofdstad aanhalen. In 1920 richtte hij samen met Léonce Leclercq het reclamebureau La Propagande Commerciale op, met een bureau in Antwerpen en een in Brussel, in de Pippelingstraat 11, bij de Naamse Poort en later in de Koningstraat 83. Vanaf 1921 was Elsschot zelfstandig reclamemaker. Hij verzorgde onder meer de reclame op stationskiosken, ook in Brussel.

Eind 1944 ontvluchtten de De Ridders Antwerpen voor de V2-bommen. Elsschot schreef vanuit de Brunardlaan 19 in Ukkel: “Toen mijn ruiten de derde maal uitvlogen heb ik met mijn oude bedgenoot mijn biezen gepakt en mijn intrek genomen bij mijn oudste dochter in Brussel. (…) Laat de Duitschers zich nu maar verder oefenen. Hun munitie zal wel eens opraken.” Eind april 1945 keerden Elsschot en zijn vrouw Fine terug naar Antwerpen.

Brussel was voor Elsschot ook jarenlang het toneel van innige vriendschappen. Elsschot liet de Brusselse uitgeefster Angèle Manteau al na 60 pagina’s van de roman 'De voorstad groeit' (1942) weten dat Louis Paul Boon de eerste Leo J. Krynprijs moest winnen. Elsschot en Boon ontmoetten elkaar voor het eerst op 28 november 1942 tijdens de viering van de literaire prijs in het Brusselse restaurant Aux Armes de Bruxelles. Later zouden beiden druk corresponderen over Boons roman 'Vergeten straat' (1946), dat zich afspeelt tijdens de aanleg van de Noord-Zuidspoorverbinding. Ook de dichter Jan van Nijlen (1884-1965) mocht zich zo nu en dan op een bezoek van Elsschot verheugen in zijn woonplaats Ukkel, net als de Nederlandse schrijver en dichter Jan Greshoff (1888-1971), die met zijn gezin in Schaarbeek woonde en die Elsschot aanmoedigde om verder te blijven schrijven – een raad die Elsschot ter harte nam, want zijn eerstvolgende roman, 'Kaas' (1933), bleek in literair opzicht een schot in de roos.
(Bronnen: Passa Porta, Bruzz, maandblad De Vijfhoek, Johan Anthierens, Vic van de Reijt)

Hugo Claus

Hugo Claus en Brussel

De Belgische schrijver, cineast en beeldend kunstenaar Hugo Claus (1929-2008), bij het grote publiek vooral bekend van zijn roman Het verdriet van België (1983), heeft tijdens zijn rijkgevulde leven op vele adressen gewoond, zowel in binnen- als in buitenland (Nederland, Frankrijk, Italië). In Brussel heeft hij echter nooit zijn domicile gehad. Dat neemt niet weg dat Claus vaak in Brussel kwam en er heeft deelgenomen aan tal van activiteiten die de moeite van het herinneren waard zijn. Wij sommen ze hieronder in chronologische volgorde op.

1950. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'Apport 49' van de Cobra-groep in galerie Apollo van 17 februari tot 2 maart, en aan de groepstentoonstelling 'Pour le numéro six de Cobra' van 8 tot 15 april in dezelfde galerie.

1951. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'Quelques oeuvres de Max Ernst présentées avec la collaboration de Cobra in galerie Apollo van 20 januari tot 1 februari.

1953. Het vrijzinnige literaire tijdschrift Tijd en Mens, dat heeft bestaan van 1949 tot 1955, was het blad van de Vlaamse Experimentelen - de Vlaamse tegenhangers van de Nederlandse Vijftigers. Zowel de Experimentelen als de Vijftigers verenigden jonge schrijvers en dichters die na de Tweede Wereldoorlog komaf wilden maken met de in hun ogen gezapige en conservatieve literatuur van vóór de oorlog. De dichters onder hen hanteerden de vrije versvorm en blonken uit in een nieuwe beeldspraak en in neologismen. Hugo Claus was de enige onder hen die zowel deel uitmaakte van de Experimentelen als van de Vijftigers. Als redactielid van Tijd en Mens vergaderde hij in 1953 samen met collega-redacteurs zoals Louis Paul Boon, Marcel Wauters, Albert Bontridder, Ben Cami en Jan Walravens in de artiestenkroeg Het Goudblommeke in Papier in de Brusselse Cellebroersstraat, dat toentertijd werd uitgebaat door de legendarische Brusselse kunsthandelaar en nog zoveel meer Geert Van Bruaene (1891-1964).

1955. Op 31 mei 1955 vierde Hugo Claus zijn eerste huwelijk met de Nederlandse actrice Elly Overzier in Het Goudblommeke in Papier. Tot de genodigden behoorden onder anderen Louis Paul Boon, Jan Walravens en Simon Vinkenoog. Op zondag 24 april 2016 - Erfgoeddag - vond een re-enactment van dat huwelijk plaats in Het Goudblommeke in Papier, in Muntpunt en in het Brussels Ouderenplatform (BOp). Volgens getuigenissen ging het er tijdens dat huwelijksfeest op sommige momenten nogal hevig aan toe. Bekijk de re-enactment van het huwelijk in Het Goudblommeke in Papier hier.

1956. Hugo Claus stelt tekeningen tentoon in galerie Taptoe van 16 juni tot 3 juli.

1959. Hugo Claus stelt schilderijen op papier tentoon in galerie Aujourd'hui en in het Paleis voor Schone Kunsten van 7 tot 21 maart.

1960. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'Autour de Florent Welles' in L'Art à Forest van 19 november tot 1 december.

1961. Hugo Claus stelt onder de titel 'Om Jonathan Swift te eren' tentoon bij Knoll International van 24 maart tot 16 april.

1963. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'De groep der Belgische aluchromisten' in galerie Isy Brachot Fils van 9 tot 22 januari.

1963. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'De verzamelaar in de hedendaagse Belgische schilderkunst' in galerie Les Contemporains van 27 september tot 9 oktober.

1987. Hugo Claus stelt onder de titel 'Imitaties' tentoon in het Paleis voor Schone Kunsten van 19 februari tot 29 maart.

1990. Hugo Claus stelt onder de titel 'Het sacrament' tentoon in De Warande.

1992. Hugo Claus stelt onder de titel 'V.nus Vulgaris' werken op papier tentoon in de Liverpool Gallery van 6 juni tot 1 augustus.

2001. Hugo Claus neemt deel aan de groepstentoonstelling 'Cobra-kunst als experiment' bij Art Media in januari.

Herman Teirlinck

Herman Teirlinck: auteur van de eerste stadsroman in de Vlaamse literatuur

De Brusselse romanschrijver, toneelauteur, dichter, essayist en journalist Herman Teirlinck (1879-1967) heeft tientallen jaren lang een belangrijke cultureel-artistieke rol gespeeld in onze hoofdstad. Geboren in Sint-Jans-Molenbeek, het Belgische Manchester aan het kanaal, werkte hij van 1902 tot 1906 als beambte bij de dienst Schone Kunsten van het Stadsbestuur te Brussel. In deze hoedanigheid was het zijn taak om de prestatie van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg (KVS), een door de stad gesubsidieerd gezelschap, te evalueren. Van 1906 tot 1908 schreef hij voor het Antwerpse dagblad 'De Standaard' stukjes waarin hij een bijzonder levendig beeld schetste van Brussel in de belle époque. Van 1910 tot 1936 gaf hij als leraar Nederlandse letterkunde les aan de Stedelijke Jongensnormaalschool in onze hoofdstad. Hij was daarnaast ook leraar aan het Koninklijk Hof en raadsheer in de domeinen kunst en wetenschap van drie koningen: Albert I, Leopold III en Boudewijn. In 1923 stichtte hij samen met enkele anderen de Vlaamse Club voor Kunst, Wetenschap en Letteren, die vandaag nog steeds bestaat. Van 1927 tot 1948 was hij docent in de techniek van het toneel aan de Nationale Hogere School voor Bouw- en Sierkunsten (Ter Kameren). Met 'Het ivoren aapje: een roman van Brussels leven' (1909) schreef hij de eerste stadsroman in de Vlaamse literatuur. Andere bekende romans van hem zijn onder meer 'Maria Speermalie', 'Het gevecht met de engel' en 'Zelfportret of Het galgemaal'.

Een biografie

Op vrijdag 15 december 2017 werd in het Herman Teirlinck Huis in Beersel de biografie van Herman Teirlinck voorgesteld, een uitgave van uitgeverij Houtekiet. De auteur is professor Stefan Van den Bossche, die eerder al de biografie van de Vlaamse dichter Jan van Nijlen publiceerde. Je kunt de biografie uitlenen in bib Muntpunt.

Wist je trouwens dat het enige Nederlandstalige boekenantiquariaat in Brussel de naam draagt van Teirlincks roman 'Het ivoren aapje'? De West-Vlaamse historicus Frederik Deflo baat het al sinds jaar en dag uit op het adres Begijnhof 4 in 1000 Brussel, pal tegenover de Begijnhofkerk. En wat meer is: Deflo heeft steeds een ruime voorraad exemplaren van 'Het ivoren aapje' in de aanbieding. Klik hier voor meer info over het antiquariaat.

Voor meer info over Herman Teirlinck:

> Herman Teirlinck op Wikipedia
> François Beukelaers over Herman Teirlinck

Charles Baudelaire: een poète maudit in Brussel

Pauvre Belgique!

De beroemde Franse symbolistische dichter en kunstcriticus Charles Baudelaire (1821-1867), die vooral bekend is van zijn dichtbundel 'Les Fleurs du mal' (1857), vestigde zich in 1864 op 43-jarige leeftijd in Brussel, op de vlucht voor zijn Parijse schuldeisers. Hij verbleef er in het sinds lang verdwenen Hôtel du Grand Miroir in de Bergstraat, aan de voet van Sint-Goedele. Hij hoopte in Brussel niet alleen zijn verzameld werk uit te kunnen brengen, maar ook zijn geldbuidel te spijzen door lezingen te geven. Deze liepen echter op een fiasco uit wegens een totaal gebrek aan belangstelling. Tot overmaat van ramp moest hij als 'ballast' uit de warmeluchtballon van zijn vriend Nadar, de gevierde Franse fotograaf, met wie hij samen een ballonvaart wilde maken. En dat in aanwezigheid van Koning Leopold I... Het succes en de erkenning waarop hij in België hoopte, vond hij hier dan ook niet. Al spoedig zat hij opnieuw financieel aan de grond. Door al deze mislukkingen begon hij Brussel steeds hartsgrondiger te haten. Uiteindelijk schreef hij zijn verbittering van zich af in het onvoltooide pamflet 'Pauvre Belgique!' Nooit eerder liet een schrijver zich zo negatief over ons land uit als in die tekst. Toen Baudelaire na een tweejarig verblijf in onze hoofdstad het land verliet, liet hij er een onbetaalde rekening achter van 1.500 goudfranken. Een jaar later zou hij in Parijs, in de armen van zijn moeder, de geest geven. Zijn gestel was dan al lang aangetast door syfilis.

Meer info:

Een Nobele Prijs voor Marguerite Yourcenar

Hulde in Passa Porta

De Nobele Prijs is een knipoog naar grote auteurs die nooit de officiële Nobelprijs voor Literatuur mochten ontvangen. Het sprankelende initiatief gaat uit van het literatuurhuis Passa Porta. Op 26 november 2017 deelden lezers, schrijvers, acteurs en andere persoonlijkheden op die bijzondere plek in de Dansaertstraat in verschillende talen hun favoriete fragmenten uit het onvergetelijke oeuvre van Marguerite Yourcenar.

Marguerite Yourcenar staat geboekstaafd als een Amerikaanse schrijfster. Ze verwierf het Amerikaanse staatsburgerschap nadat ze in 1939 onze contreien ontvluchtte omwille van de opkomende oorlogsdreiging. Haar schrijftaal was het Frans en in 1980 was zij de allereerste vrouwelijke auteur die mocht toetreden tot de besloten kring van de ‘Académie Française’.

Marguerite Yourcenar kwam ter wereld in Brussel op 8 juni 1903 als dochter van een adellijke Belgische moeder en een Franse burger. Ze koesterde een sterke band met Vlaanderen, waar ze als kind vele vakanties doorbracht. Ze vertelt: “Ik kan mij mezelf niet voorstellen zonder de streek die me voor het eerst confronteerde met de zuiverheid en de kracht van het water, de lucht en de aarde.”

Hulde in het Egmontpark

De mooiste hulde aan het indrukwekkende oeuvre van Yourcenar is te vinden in Brussel en laat het kleine, ingesloten Egmontparkje uitgroeien tot een van de fascinerendste plekken van de stad. 

In dit park tref je veertien in steen gegraveerde citaten uit de roman ‘Het hermetisch zwart’ aan. Wat verder ontdek je een beeld van Peter Pan. Deze plek is ideaal voor een bezoekje op heldere winterdagen, met een stralende maar harde zon. Duffel je goed in en warm je even op in de ‘Orangerie’ met thee, koffie of wijn.

Meer info:

Europalia Indonesia

UiTinBrussel start de webspecial 'Schrijvers in Brussel' naar aanleiding van Europalia. Dat festival nodigt avontuurlijke kunstliefhebbers uit om een land te ontdekken. Van 10 oktober 2017 tot 21 januari 2018 is het de beurt aan Indonesië. Drie schrijvers die onlosmakelijk verbonden zijn met het voormalige Nederlands-Indië hebben verrassend genoeg een al even sterke band met Brussel!

Multatuli

De Nederlandse schrijver, denker en redenaar Eduard Douwes Dekker (1820-1887), beter bekend onder zijn schrijverspseudoniem Multatuli (Latijn voor 'Ik heb veel geleden'), was beroepshalve jarenlang bestuursambtenaar in Nederlands-Indië (het huidige Indonesië). Zijn debuutroman 'Max Havelaar' (1860) hekelt op basis van zijn eigen ervaringen de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders. Tegengewerkt door zijn oversten, trok hij in 1857 opnieuw naar Europa. Om zijn schuldeisers te ontlopen (Multatuli had gokschulden), vestigde hij zich in Brussel waar hij, met enkele onderbrekingen, zou blijven tot 1865. Lange tijd verbleef hij er in het hotelletje Au Prince Belge in de Arenbergstraat 52, vlak bij de kathedraal. Multatuli leefde in Brussel in armoede. Om te kunnen blijven schrijven, lengde hij zijn inkt aan met water. Gedurende enige tijd werkte hij voor de Brusselse liberale krant 'L'indépendance Belge', waar hij wellicht werd afgedankt omdat zijn bijdragen te radicaal waren. Tussen 16 september en 13 oktober 1859 schreef hij als het ware in één ruk zijn 'Max Havelaar', dat in juni 2002 door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde in Leiden uitgeroepen werd tot het belangrijkste Nederlandstalige letterkundige werk aller tijden. Het boek rolde op 14 mei 1860 in Amsterdam van de persen in een oplage van 1.300 exemplaren. Multatuli overleed op bijna 67-jarige leeftijd tijdens een astma-aanval in zijn huis in het Duitse Ingelheim am Rhein. Klik hier voor meer info over het leven en werk van Multatuli.

Eddy du Perron

De Nederlandse schrijver Charles Edgar du Perron (1899-1940) werd geboren in Jakarta in West-Java, in het vroegere Nederlands-Indië (het huidige Indonesië), waar zijn vader ondernemer was. In 1921 verhuist hij met zijn ouders naar Europa. Na een aantal omzwervingen in het Brusselse vestigt het gezin zich in 1926 in een kasteeltje in het Belgische Gistoux nabij Waver, in het huidige Waals-Brabant. Du Perron is als modernistisch schrijver vooral bekend van zijn lijvige, autobiografische en veelzijdige sleutelroman 'Het land van herkomst' (1935), die een indringend tijdsbeeld geeft van een vooral in politiek opzicht zeer roerige periode van de twintigste-eeuwse geschiedenis. Het boek wordt beschouwd als een van de meesterwerken van de Nederlandse literatuur. De titel verwijst in de eerste plaats naar Du Perrons geboorteland Nederlands-Indië. Du Perron schreef het in Frankrijk, waar hij in 1933 naartoe verhuisde. Op 14 mei 1940 overlijdt de schrijver in het Nederlandse Bergen aan een hartaanval, op precies dezelfde dag waarop zijn vriend en collega Menno ter Braak zelfmoord pleegde. 

Eddy du Perron was als jonge twintiger een echte nomade die tussen 1921 en 1926 pendelde tussen een privéappartementje in de Bellevuestraat in Elsene, het ouderlijke adres in Brussel, het Parijse Montmartre en Antwerpen. In die laatste stad leerde hij onder meer de dichters Paul van Ostaijen, Gaston Burssens en Alice Nahon en de beeldend kunstenaar Floris Jespers kennen. Samen met Gaston Burssens en Van Ostaijen vormde Du Perron in 1926 'de on-serieuze escouade van de Vlaamse letterkunde', die de dierlijke ernst van het literaire bedrijf met eigenzinnige speldenprikken te lijf wilde gaan. Du Perron was daarmee de eerste Nederlandse auteur die tijdens zijn verblijf in België niet alleen in contact kwam met de autochtone literaire scene, maar er ook door aanvaard werd. 

In de jaren 1930, toen hij al in Gistoux woonde, bezocht Du Perron regelmatig de Taverne du Passage in de Brusselse Sint-Hubertusgalerijen. Dit café-restaurant vormde de spil van een Nederlands cultureel netwerk van journalist-correspondenten zoals Jan Greshoff en Pierre H. Dubois en van schrijvers zoals Menno ter Braak. Klik hier voor meer info over het leven en werk van Eddy du Perron.

Jeroen Brouwers

De Nederlandse journalist, schrijver en essayist Jeroen Brouwers (1940) zag het levenslicht op 30 april 1940 in Batavia, de vroegere naam van Jakarta, de hoofdstad van het huidige Indonesië. Na de Japanse invasie van Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) begin 1942 en de capitulatie van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (= het Nederlandse koloniale leger) werd zijn vader overgebracht naar een krijgsgevangenkamp in de buurt van Tokio. Brouwers belandde met zijn grootmoeder, zijn moeder en zus eerst in het Japanse interneringskamp Kramat. Na een paar maanden werden ze overgeplaatst naar het kamp Tjideng, in een buitenwijk van Batavia. Over de Japanse bezetting van Indonesië publiceerde Brouwers in 1981 het boek 'Bezonken rood'. Zijn jeugd in Indonesië speelt ook een rol in zijn romans 'Het verzonkene' (1979) en 'De Zondvloed' (1988).

Jeroen Brouwers werkte van 1964 tot 1976 als redactiesecretaris en later als (hoofd)redacteur bij de Brusselse uitgeverij Manteau in de Nerviërslaan 63 te Etterbeek (later, in de jaren 1970, verhuisde de uitgeverij naar de René Comhairelaan in Sint-Agatha-Berchem). Zijn verblijfadres was Nieuwelaan 3 in dezelfde gemeente. Hij woonde er tot 1968, daarna verhuisde hij achtereenvolgens naar Vossem en Rijmenam. Over zijn verblijf in Brussel schreef Brouwers onder meer de autobiografische verhalenbundel 'Groetjes uit Brussel' (1969), een reeks 'ansichtkaarten over liefde, literatuur en dood'. Brouwers was in zijn Brusselse jaren een fanatiek bezoeker van de kunstenaarskroeg De Dolle Mol en van de Free Press Bookshop, beide opgericht door de schrijver Herman J. Claeys. Brouwers over De Dolle Mol: 'Dat is geruime tijd mijn thuis geweest, het was of ik er woonde.' En over Brussel: 'Mijn Brusselse jaren zijn van grote, niet uit te gummen invloed gebleken op mijn verdere oeuvre, zowel in verhalen, als in essays, als in literair-historisch werk, als in memoire-achtige stukken.' Voor meer info over Brouwers' werk: www.jeroenbrouwers.be. En op Wikipedia.