zomerse rustplekjes

Brussel heeft heel wat meer groen en rustplekjes te bieden dan velen denken. In elke gemeente van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vind je wel een park, openbare tuin, plein of (lees)terras waar je terecht kunt. Sla er de onderstaande lijst maar eens op na. De 19 Nederlandstalige bibliotheken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tipten ons hun favoriete zomerse rustplekjes in het kader van een groter project onder de titel '1 stad, 19 boeken'. De Brusselse bibliotheken en Muntpunt willen hiermee 19 boeken en 19 plekken waar je die boeken (of andere) kunt lezen in de kijker zetten.
> Klik hier voor meer info.

 

Brussel-Stad: Parckfarm

Domein van grootvader. Hij noemt de namen
in het Latijn, van zijn geordend groen
in boomgaard, perken, kassen met meer gevoel
dan die van zijn bezoekende nazaten.

Willem van Toorn (1935)

Schaarbeek: Het terras van het Cannelle-paviljoen in het Koningin-Groenpark

Zittend op een terrasje mensen bekijken...
heerlijk om bij elk mens een verhaal te verzinnen.
En ondertussen zie ik de tijd op de klok voorbijglijden.
Nog een kopje koffie...
dan ga ik ook aan de mensen van een terras voorbij
die zittend aan hun tafeltje eveneens een verhaal verzinnen over mij.

Anoniem, 21ste eeuw

Etterbeek: Het Jean-Felix Happark

"Een tuin moet je aanpakken zoals een schilderij waar elk element zijn bijdrage levert tot de schoonheid van het geheel; hij is geslaagd als hij de droom en het vreemde oproept."

Jean-Felix Hap (1865-1930)

Elsene: Het Viaductpark

Bomen: met het fijngepunte
uiteinde van hun twijgen voorzien ze
het onbeschreven vel der seizoenen
kalligrafisch van hun mooiste signatuur.

Patrick Auwelaert (1965)

Sint-Gillis: De ligbanken op het Moricharplein

Er dient nu eens en voorgoed een punt geplaatst
achter die wufte bloemenromantiek.
Te veel gewassen worden verwaarloosd
om niet te zeggen uitgeroeid
en er groeit verdomd nog wat anders op aarde
dan tulpen, rozen en margrieten.

Paul Snoek (1933-1981)

Anderlecht: De tuin van het Erasmushuis

Bladerend in beduimeld jeugdsentiment.
Weer kruip ik in de huid van het jongetje
Dat zich een leesbreuk las de eeuwigheid
Van een lagereschooltijd geleden.

Met zijn begerige ogen begeef ik
Mij opnieuw in onbekend tekstgebied.
Verloren gewaand leesplezier haalt er
Zijn hart op aan het trefwoord avontuur.

Patrick Auwelaert (1965)

Sint-Jans-Molenbeek: De leestuin van de bib

Binnen de begrenzing van de bladspiegel,
In kleine lettertjes geloofwaardig
Tot leven gebracht, ligt gevaar meeslepend

Op de loer, doet zich feit na spannend feit
In werkelijkheid van woorden aan me voor.
Een belevenis van de bovenste plank.

Patrick Auwelaert (1965)

Jette: La Leesterrasse

Zo'n tuin, waarin je heel het jaar door knipt en snoeit
en schoffelt, wiedt en plant en leidt (en lijdt, ook dát),
maar goed, dan héb je midden in de zomer wat:
een paradijs, dat allerprachtigst groeit en bloeit.

Jan Boerstoel (1944)

Evere: De tuin van het Museum van de Molen en de Voeding

Het is of er een engel op dit gras
Getreden is en juist verdwenen is
Zodat nog alles luistert naar zijn tred
En halmen, grassen staan nog in gebed.

J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958)

Koekelberg: Het Elisabethpark

Een merel spreidt de
Vleugels – het takje waarop
Hij zat trilt nog na.

Patrick Auwelaert (1965)

Sint-Agatha-Berchem: Bibliotheektuin met appel-, pruimen- en perenbomen én leesterras

Ik noem u hof, mijn kleine tuin: geen eden
Kan in mijn schoonste droom zó heerlijk zijn
Als uw begrensde bloem- en loofterrein,
Dat mild bestek van stille heerlijkheden.

P.N. van Eyck (1887-1954)

Ganshoren: Naamloos park op de hoek van de Sergeant Sorensenstraat en de Cijnsstraat

Dit weet ik van de beuk: hij brult
Binnensmonds, als ik hem nader
En 't oor leg op zijn bast geduld,
Hoor ik zijn stem, hoor ik mijn vader.

Hubert van Herreweghen (1920-2016)

Sint-Pieters-Woluwe: Het Woluwepark

De wind rimpelt het
Vijveroppervlak – het trekt
Weer strak als hij valt.

Patrick Auwelaert (1965)

Oudergem: Het Bergojepark

De parken ademen hardop. Verholen
onder het gras ligt proviand verscholen
eitjes en warmte, ongevederd broed
in diep gegraven toegangen en holen.

Anton van Wilderode (1918-1998)

Watermaal-Bosvoorde: De bankjes aan de Vuurkeienweg

De laatste dag van onze laatste reis
Bracht ons tot hier. De vijver van Bosvoorde
Lag daar, als nu, binnen zijn heuvelboorden
Met rank geboomte, toen nog wintergrijs.
Maar om het alleruiterste der twijgen
Was al een eerste huivering van groen.

Jan Prins (1876-1948)

Ukkel: De tuinen van het Tillensblok

Staand bij het tuinhek. Waar het blote oog
Slechts met groen gevulde contouren ziet
- Prozaïscher aanblik bestaat er niet -
Treedt de generator der verbeelding,

Door honger naar literatuur gevoed,
In lyrische werking, waar makend wat
Tot het rijk der stoutste dromen behoort.

Parick Auwelaert (1965)

Vorst: Een groene parel tussen Wiels en Brass

Ik zie de spreeuwen in de bomen stoeien,
de zwaluw kweelt onnozel in de goot,
zolang dit lied duurt en hier bloemen bloeien,
zolang die tuin bestaat, ga ik niet dood.

Jan van Nijlen (1884-1965)

Sint-Lambrechts-Woluwe: George Henripark

Boom in park: coördinaat, richtpunt, baken
Voor ongedisciplineerd rondvliegend gedierte
In het luchtverkeer torenhoge vluchtheuvel
Toevluchtsoord voor voortvluchtig vogelgespuis

Patrick Auwelaert (1965)

Sint-Joost-ten-Node: Terras/tuin van de Botanique

Thuiskomen is een tuin. Met vogels.
Met muntekruid tot aan de rand gevuld.
Een duif vliegt porseleinblauw over
in een klapwiekend ongeduld.

Aleidis Dierick (1932)